Als we scholen zien als variant tussen ook andere mogelijke vormen van intergenerationele samenwerking om onszelf als soort gaande te houden, dan valt op dat we jonge generaties eigenlijk vooral voorbereiden op een leven in de louter-mensenwereld. In een aantal generaties hebben op westerse leest geschoeide samenlevingen zichzelf als het ware uit de meer-dan-alleen-menselijke samenleving weggeorganiseerd. Vanuit posthumanistisch gedachtegoed laat Floor Basten hier haar licht over schijnen.
In haar lezing verkent zij het verborgen curriculum waarmee onze cultuur zichzelf steevast buiten de rest van de levende wereld plaatst en laat ze de systematiek zien waardoor we dit steeds lastiger kunnen doorbreken. We gaan als mensenkring als het ware steeds hechter naast elkaar met de rug naar de andere soorten staan. We zien de meer-dan-alleen-menselijke wereld wel, maar erkennen we de andere soorten ook echt? En realiseren we ons, dat zij ons ook zien? ‘Het bos heeft duizend ogen’, zo gaat een oud-Duits jachtgezegde. In tijden van ecocide klinkt hier een onverholen aanklacht in.
Vanuit het NIVOZ-jaarthema ‘Door de ogen van de ander’ onderzoeken we samen met Floor hoe we onderwijs en opvoeding kunnen doordenken vanuit de meer-dan-alleen-menselijke wereld. Wat verliezen we als we die buiten beschouwing laten? Wat winnen we als we die heel expliciet weer betrekken? En welke stappen kunnen we zetten, zodat we over een aantal generaties weer met andere soorten samenwerken aan gezonde ecologische evenwichten?
Ingrediënten voor een prikkelend gesprek zijn maximale tolerantie, minimale agressie en de nu nog verwaarloosde diplomatieke vaardigheden voor meersoortig samenleven.


